schamen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scha·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schamen
schaamde
geschaamd
zwak -d volledig

Werkwoord

schamen

  1. (wederkerend) schaamte voelen
    Hij schaamde zich voor zijn vergeetachtigheid.
Vertalingen