schaamte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaam·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schaamte -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

schaamte v

  1. een gevoel dat iemand de neiging geeft zich te verbergen voor anderen
    • Het jammerlijk mislukken van zijn beloofde verbeteringen vervulde hem met schaamte. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl