sax

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Sax


Nederlands

1. blaasinstrument in de vorm van een S-vormige, breder wordende buis
Uitspraak
Woordafbreking
  • sax
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sax saxen
verkleinwoord saxje saxjes

Zelfstandig naamwoord

sax m

  1. (muziek) blaasinstrument in de vorm van een S-vormige, breder wordende buis met kleppen, aangeblazen met een riet
    • Sleutelaar speelde sax in een jazzbandje, croonde ook daarbij. [3]
1. lang mes: bodemvondst en replica
enkelvoud meervoud
naamwoord sax (saxen)
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sax o

  1. (verouderd) (straattaal) lang mes

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • sax

Zelfstandig naamwoord

  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   sax     saxen     saxar     saxarna  
genitief   sax     saxens     saxars     saxarnas  

sax

  1. (gereedschap) schaar

Meer informatie