rukken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ruk·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘trekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1376 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rukken
rukte
gerukt
zwak -t volledig

Werkwoord

rukken

  1. in een snelle beweging trekken
  2. (spreektaal) masturberen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

rukken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ruk

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen