rukken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ruk·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rukken
rukte
gerukt
zwak -t volledig

Werkwoord

rukken

  1. in een snelle beweging trekken
  2. (spreektaal) masturberen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

rukken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ruk