verrukken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ruk·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verrukken
verrukte
verrukt
zwak -t volledig

Werkwoord

verrukken

  1. overgankelijk in vervoering brengen
    • De vogelen zongen in struik en in woud, en verrukten de ziel des klagenden stervelings.[2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Wat men met kyven wint. Nederduitsch letterkundig Jaerboekje 1859, Gent