masturberen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mas·tur·be·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zichzelf seksueel bevredigen’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • afgeleid van het Franse masturber (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
masturberen
masturbeerde
gemasturbeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

masturberen

  1. inergatief, (seksualiteit) zichzelf seksueel bevredigen
    • Iedere persoon masturbeert, dat is heel normaal. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen