roi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bretons

Werkwoord

roi

  1. geven


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse rex over het Oud-Franse rei naar roi.
  enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
mannelijk   roi     le roi     rois     les rois  
vrouwelijk   reine     la reine     reines     les reines  

Zelfstandig naamwoord

roi m

  1. koning
    «Hier, le roi a visité la ville de Courtrai.»
    Gisteren heeft de koning de stad Kortrijk bezocht.
    «Beaucoup d'enfants veulent devenir un roi quand ils sont grands.»
    Veel kinderen willen koning worden wanneer ze groot zijn.