riet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • riet
enkelvoud meervoud
naamwoord riet rieten
verkleinwoord rietje rietjes

Zelfstandig naamwoord

riet o

  1. (plantkunde) Phragmites australis op Wikispecies, een plantensoort uit de grassen met een stevige stengel die langs het water voorkomt
    • Hij ging vissen in het riet. 
  2. (muziek) een uit bamboe vervaardigd onderdeel van een muziekinstrument uit de rietblazers
    • Hij was bezig rieten te snijden voor zijn schalmei. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Iemand met een kluitje in het riet sturen.

  • Iemand afschepen met een mooi praatje.
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie