riet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • riet
enkelvoud meervoud
naamwoord riet rieten
verkleinwoord rietje rietjes

Zelfstandig naamwoord

riet o

  1. Phragmites australis, een plantensoort uit de grassen met een stevige stengel die langs het water voorkomt
    Hij ging vissen in het riet.
  2. (muziek) een uit bamboe vervaardigd onderdeel van een muziekinstrument uit de rietblazers
    Hij was bezig rieten te snijden voor zijn schalmei.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Iemand met een kluitje in het riet sturen.

  • Iemand afschepen met een mooi praatje.
Anagrammen
Vertalingen

Meer informatie