dakriet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

dakriet
Uitspraak
Woordafbreking
  • dak·riet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dakriet
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dakriet o [2]

  1. riet dat men gebruikt voor het dekken van daken
    • De opbouw van het communisme in deze roman voltrekt zich totaal averechts. Er is geen graan, maar uit het dakriet schieten aren, en uit de schoorsteen groeien zonnebloemen. De koster van de kerk, een gelovige bolsjewiek, kan met zijn klokken alleen nog de oude kerkmelodieën spelen - de Internationale lukt maar niet. [3] 
Hyperoniemen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Verwijzingen