eethuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eet·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eethuis eethuizen
verkleinwoord eethuisje eethuisjes

Zelfstandig naamwoord

eethuis o

  1. een naar verhouding eenvoudige gelegenheid waar men iets eten kan
    • In Turkije heb je veel eethuisjes waar je voor weinig geld goed kunt eten. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eethuis eethuise

Zelfstandig naamwoord

eethuis

  1. eethuis