regelaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ge·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord regelaar regelaars
verkleinwoord regelaartje regelaartjes

Zelfstandig naamwoord

regelaar m

  1. iemand die regelt
  2. (elektrotechniek) (regeltechniek) deel van een instrument dat iets regelt
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie