regulator

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gu·la·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord regulator regulatoren
regulators
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

regulator m [3]

  1. regulateur, regelaar
  2. regelende kracht, toezichthouder
Hyponiemen
Vertalingen


Meer informatie

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen