prestatie
Uiterlijk
- pres·ta·tie
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verrichting’ voor het eerst aangetroffen in 1586 [1]
- Naamwoord van handeling van presteren met het achtervoegsel -atie [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | prestatie | prestaties |
| verkleinwoord | prestatietje | prestatietjes |
de prestatie v
- resultaat van een actie (die vaak met enige moeite gepaard gaat)
- ik heb eigenlijk nooit een positieve correlatie kunnen vinden tussen prestatie en beloning [3]
- ▸ Bewondering: Boer begon in 1987 op 22-jarige leeftijd als leerling-kok bij De Librije in Zwolle. Hij nam op jonge leeftijd de zaak over en bouwde het met zijn vrouw Thérèse uit tot een restaurant dat al sinds 2004 drie Michelinsterren heeft. Het is een prestatie waar collega's veel bewondering voor hebben.[4]
- (juridisch) het volbrengen van een verplichting tot iets doen, geven of niet doen
1.
- Het woord prestatie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "prestatie" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "prestatie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ prestatie op website: Etymologiebank.nl
- ↑ www.universiteitvannederland.nl
- ↑
Weblink bron “Topchefs geschokt door dood Jonnie Boer: 'Hij leerde mij alles'” (23 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Achtervoegsel -atie in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Juridisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %