plateau

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pla·teau
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1886 [1]
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hoogvlakte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1861 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord plateau plateaus
verkleinwoord plateautje plateautjes

Zelfstandig naamwoord

plateau o

  1. een hooggelegen gebied of hoogvlakte
     Ze besloten zich vanaf een plateau in een meertje te storten. In werkelijkheid kunnen ze alleen maar wadend in de troebele poel hun dood tegemoet zijn gelopen - een nabij ravijn is nergens te bekennen.[2]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /platɔː/
Woordafbreking
  • pla·teau
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans

Zelfstandig naamwoord

plateau o

  1. (verouderd) vlakte; gebied met weinig of geen hoogteverschillen
  2. (verouderd)(geologie) plateau, hoogvlakte
Verbuiging
Schrijfwijzen
Verwante begrippen

Verwijzingen