witte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wit·te

Bijvoeglijk naamwoord

witte

  1. verbogen vorm van de stellende trap van wit
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
witten

witte

  1. enkelvoud verleden tijd van witten
    • Ik witte. 
    • Jij witte. 
    • Hij, zij, het witte. 
  2. aanvoegende wijs van witten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie