kazuifel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·zui·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kazuifel kazuifels
verkleinwoord kazuifeltje kazuifeltjes

Zelfstandig naamwoord

kazuifel m en o

  1. (religie) mouwloos opperkleed dat door een priester gedragen wordt bij het lezen van de mis
    • Het kazuifel dat de priester daaroverheen aantrekt, betekent de naastenliefde die elke priester in zo volmaakt mogelijke vorm moet bezitten, dat hij andere mensen overtreft in deugden, net zoals dit gewaad over de andere kleren heen gaat. Naastenliefde is immers de moeder van alle deugden. [4]
  2. hesje dat over de kleren wordt gedragen, bijvoorbeeld om beter zichtbaar te zijn in het verkeer
    • De personen die een specifieke functie uitoefenen in de (medische) hulpverleningsketen, zijn herkenbaar via een gele kazuifel, met functievermelding in een fluorescente rechthoek omgeven door een boord bestaande uit een dubbele rij vierkante blokken die afwisselend reflecterend grijs en groen zijn. [5]
Vertalingen

Gangbaarheid

44 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen