voorkant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·kant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorkant voorkanten
verkleinwoord voorkantje voorkantjes

Zelfstandig naamwoord

voorkant m

  1. één van de zijden van een voorwerp, namelijk dewelke naar voren gericht is.
    • De voorkant van een huis is gewoonlijk naar de straat gericht waaraan het ligt. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.