overvallen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • over·val·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overvallen
overviel
overvallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

overvállen

  1. bij verrassing iemand belagen of overweldigen.
    • De bank hoeft niet meer overvallen te worden als zij bankroet is. 
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overvallen
viel over
overgevallen
klasse 7 volledig

Werkwoord

óvervallen

  1. naar een bepaalde kant vallen.
    • De totempaal is overgevallen door de sterke windvlaag. 
  2. (verouderd) naar de vijand overlopen Arch. (1811) [1].
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

óvervallen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord overval

Werkwoord

vervoeging van
overvállen

overvallen

  1. voltooid deelwoord van overvállen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Nederduitsch taalkundig woordenboek. P. Weiland 1807-1811