Naar inhoud springen

overvaller

Uit WikiWoordenboek
  • over·val·ler
enkelvoud meervoud
naamwoord overvaller overvallers
verkleinwoord overvallertje overvallertjes

deovervallerm

  1. iemand die mensen, banken of winkels berooft
    • Met een helikopter werd er jacht gemaakt op de voortvluchtige overvallers. 
     Het is van belang om te weten dat deze overvaller een heel normale conditie had voor een negenendertigjarige.[1]
     De waarheid is dat toen de overvaller het opgaf, alle gijzelaars tegelijkertijd werden vrijgelaten, de makelaar en alle aspirant-kopers.[1]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. 1 2
    Frederik Backman
    “Oma heeft me gestuurd om te zeggen dat het haar spijt” (2013), Volt, ISBN 9789021455808
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be