overhemd
Uiterlijk

- over·hemd
- samenstelling van over bw en hemd zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | overhemd | overhemden |
| verkleinwoord | overhemdje | overhemdjes |
het overhemd o
- (kleding) een kledingstuk voor het bovenlichaam van fijne stof met voorsluiting en kraag
- Je moet wel netjes een overhemd aandoen.
- ▸ Barbara had een stelletje hippe types bij elkaar verzameld, meisjes met lang haar en korte jurkjes, jongens met hun overhemd half open, die eruitzagen alsof ze wel een scheerbeurt konden gebruiken.[1]
- ▸ Nog voordat ik mijn pakken en overhemden ging uithangen in de kleerkast in de achterkamer, voerde ik het ritueel uit waarmee ik het bureau als mijn territorium markeerde.[2]
- Het woord overhemd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "overhemd" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers
, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 18 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Kleding in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %