operand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ope·rand
enkelvoud meervoud
naamwoord operand operanden
verkleinwoord operandje operandjes

Zelfstandig naamwoord

operand

  1. (wiskunde) een argument, (invoerwaarde) waar een operator op werkt zodat een operatie plaatsvindt
    • Een operator is bijna altijd verbonden met een operand.[1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

37 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen