operator

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ope·ra·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord operator operatoren
operators
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

operator m

  1. (wiskunde) symbool waarmee een functie wordt aangeduid die een bepaalde bewerking uitvoert op één of meer operanden
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord operator operators
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

operator m [3]

  1. (beroep) bedieningsvakman voor grote technische installaties in allerlei fabrieken e.d., in het bijzonder in de procesindustrie, bedieningsdeskundige
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen