operator

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ope·ra·tor
Woordherkomst en -opbouw
[1] enkelvoud meervoud
naamwoord operator operatoren
operators
verkleinwoord - -
[2, 3] enkelvoud meervoud
naamwoord operator operators
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

operator m

  1. (wiskunde) symbool waarmee een functie wordt aangeduid die een bepaalde bewerking uitvoert op één of meer operanden
  2. (beroep) bedieningsvakman voor grote technische installaties in allerlei fabrieken en dergelijke., in het bijzonder in de procesindustrie, bedieningsdeskundige
  3. een bedrijf die grote technische installaties beheert
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen