operator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ope·ra·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord operator operatoren
operators
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

operator m

  1. (wiskunde) symbool waarmee een functie wordt aangeduid die een bepaalde bewerking uitvoert op één of meer operanden
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord operator operators
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

operator m

  1. bedieningsvakman voor grote technische installaties in allerlei fabrieken e.d., in het bijzonder in de procesindustrie
    operator bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl