vector

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vec·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vector vectoren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vector m

  1. (natuurkunde) gerichte grootheid
  2. (natuurkunde) lijn die een vector voorstelt
  3. (biologie) drager van besmetting
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie