moedig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moe·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van moed met het achtervoegsel -ig. [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen moedig moediger moedigst
verbogen moedige moedigere moedigste
partitief moedigs moedigers -

Bijvoeglijk naamwoord

moedig

  1. geen angst voor gevaar tonend
    • De moedige jongen nam het op tegen iemand die een kop groter was dan hij. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl