angstig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ang·stig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen angstig angstiger angstigst
verbogen angstige angstigere angstigste
partitief angstigs angstigers -

Bijvoeglijk naamwoord

angstig

  1. vol van bange gevoelens
    • We hebben zo iets angstigs beleefd! We werden bijna door een grote vrachtauto van de weg gedrukt. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl