bevreesd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vreesd
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bevreesd bevreesder bevreesdst
verbogen bevreesde bevreesdere bevreesdste
partitief bevreesds bevreesders -

Bijvoeglijk naamwoord

bevreesd

  1. bang, angstig
    • Hij was heel bevreesd voor de naderende winter. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.