nauw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nauw
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nauw nauwer nauwst
verbogen nauwe nauwere nauwste
partitief nauws nauwers -

Bijvoeglijk naamwoord

nauw

  1. een geringe breedte hebbend
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

nauw o

  1. zeeëngte
    • De schepen passeerden het Nauw van Calais. 
  2. knel, nood
    • Wij kwamen in het nauw toen de benzine opraakte. 
Spreekwoorden
  1. «Een kat in het nauw maakt vreemde sprongen.»
    Een noodsituatie leidt tot onvoorspelbaar gedrag.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl