mom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mom
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘masker’ voor het eerst aangetroffen in 1477 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord mom mommen
verkleinwoord mommetje mommetjes

Zelfstandig naamwoord

mom v / m / o

  1. voorwendsel, schijn [2] [3]
  2. soort bier [4] [5]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
mommen

mom

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mommen
    • Ik mom. 
  2. gebiedende wijs van mommen
    • Mom! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mommen
    • Mom je? 

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders
65 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
mom moms

Zelfstandig naamwoord

mom

  1. (informeel), (familie) mam, moeder