ontmaskeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·mas·ke·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontmaskeren
ontmaskerde
ontmaskerd
zwak -d volledig

Werkwoord

ontmaskeren

  1. (overgankelijk) de ware aard laten zien van iets of iemand
Synoniemen
Vertalingen