mommen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mom·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mommen
momde
gemomd
zwak -d volledig

Werkwoord

(als werkwoord)
mommen

  1. zich verkleden, gemaskerd gaan [1]
  2. onduidelijk spreken [2]
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

mommen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord mom

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen