vermommen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·mom·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vermommen
vermomde
vermomd
zwak -d volledig

Werkwoord

vermommen

  1. wederkerend zich op onherkenbare wijze uitdossen
    • Hij had zich als bedelaar vermomd en ontsnapte zo aan zijn achtervolgers. 
  2. overgankelijk iemand op herkenbare wijze uitdossen
    • Zij vermomden hem als bedelaar. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.