mam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mam -
verkleinwoord mammie mammies

Zelfstandig naamwoord

[A] mam v

  1. (informeel) vrouwelijke ouder
     ‘Lang zal ze leven, lang zal ze leven…’ zong ik opgewekt door de telefoon, maar al snel hoorde ik ‘hallo…hallo…ik hoor niks, mam’.[4]
Synoniemen
Antoniemen
enkelvoud meervoud
naamwoord mam mammen
verkleinwoord mammetje mammetjes

Zelfstandig naamwoord

[B] mam m/v

  1. (anatomie) elk van de borsten van een vrouw
  2. (drinken) (informeel) glaasje jenever
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. mam op website: Etymologiebank.nl
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Welsh

enkelvoud meervoud
 mam   mamau 

Zelfstandig naamwoord

mam v

  1. moeder