mimi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Frans

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

mimi

  1. (spreektaal) lief, schattig
    «En sortant de la coiffeuse elle était toute mimi
    Toen ze bij de kapster wegging zag ze er heel schattig uit. [1]

Zelfstandig naamwoord

mimi m

  1. (spreektaal) poes, kat [1]
  2. (spreektaal) kusje, zoen
    «Alors, tu me fais un mimi ou quoi?»
    En, krijg ik nog een kusje van je? [1]

Verwijzingen