compañero

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
  • IPA: /kom.pa.ˈɲe.ɾo/
Woordafbreking
  • com·pa·ñe·ro
enkelvoud meervoud
compañero compañeros

Zelfstandig naamwoord

compañero m

  1. kameraad, makker, vriend
Verwante begrippen
Synoniemen