kornuit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kor·nuit
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘makker’ voor het eerst aangetroffen in 1570 [1]
  • uit het Latijn [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kornuit kornuiten
verkleinwoord kornuitje kornuitjes

Zelfstandig naamwoord

kornuit m [3]

  1. (informeel) makker
    • In dit boek grossiert Eco in geheime genootschappen en uit de hand gelopen complottheorieën. Aan het brein van de onbetrouwbare verteller Casaubon en zijn kornuiten ontspruit de theorie dat de tempeliersorde aanstuurt op de wereldheerschappij. Het boek waarvan alle Da Vinci Codes flauwe afkooksels zijn. [4] 
    • De zilveren medaille van de Japanse ploeg vannacht op de 4x100 meter estafette was een enorme stunt. Het goud was voor Usain Bolt en zijn Jamaicaanse kornuiten, maar de Aziaten hielden uiterst verrassend de Verenigde Staten achter zich. De Japanse commenator verliest het zodra zijn landgenoten in kansrijke positie het laatste rechte eind op stormen.[5]  
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen