meeuw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een meeuw.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meeuw
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘meeuwachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord meeuw meeuwen
verkleinwoord meeuwtje meeuwtjes

Zelfstandig naamwoord

meeuw v/m

  1. (vogels) Laridae op Wikispecies, een grote groep zeevogels
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen