maaien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maai·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
maaien
maaide
gemaaid
zwak -d volledig

Werkwoord

maaien

  1. overgankelijk met een werktuig het bovengrondse deel ergens van verwijderen
    Hij heeft vanmorgen het gras gemaaid.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

maaien mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord maai

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie