maai

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maai

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maai maaien
verkleinwoord maaitje maaitjes

Zelfstandig naamwoord

maai [2] [3]

  1. (informeel) (insecten) made

Werkwoord

vervoeging van
maaien

maai

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van maaien
    Ik maai.
  2. gebiedende wijs van maaien
    Maai!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van maaien
    Maai je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal