daslook

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

daslook
Uitspraak
Woordafbreking
  • das·look
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord daslook
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

daslook m/o [1]

  1. Allium ursinum op Wikispecies sterk riekende, eetbare plant uit de lookfamilie
     Bij sommige planten moet je opletten. Daslook bijvoorbeeld stond tot vorig jaar op de beschermde lijst. Dat moet je dus echt niet plukken.[2]
     Heb je wat daslook achtergehouden? Natuurlijk. Snij het in mooie streepjes en strooi over de soep. Klaar. Tafel voor het open raam zetten, zie de regen vallen. Dikke stout erbij. Van Duits en Lauret bijvoorbeeld. Gezellig, hè!?[3]
Vertalingen

Gangbaarheid

42 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Arwen Kleyngeld “Pas op met plukken van superfood uit de natuur” (16-05-2018), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron FELIX WILBRINK op Wikipedia “Recept van de dag: daslooksoep” (26 apr. 2019), De Telegraaf
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be