huislook
Uiterlijk
- huis·look
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | huislook | - |
| verkleinwoord | - | - |
de huislook v / m of het huislook o [2]
- (plantkunde) (medisch) een vetplant Sempervivum tectorum
waarvan de naam huislook verwijst naar het gebruik van de plant op daken en muren. Soms wordt het geslacht ook wel eens daklook genoemd. Het volksgeloof wilde dat de plant, aangebracht op een dak, beschermt tegen bliksem, die de dondergod Donar wil doen inslaan. Soms worden de planten daarom ook donderbaard of donderblad genoemd. Het heeft de volgende eigenschappen: kramp opheffend, samentrekkend, verwekend, wondhelend, huidverzorgend
- Het woord huislook staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.