loken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lo·ken

Zelfstandig naamwoord

loken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord look
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
luiken

loken

  1. meervoud verleden tijd van luiken
    • Wij loken. 
    • Jullie loken. 
    • Zij loken. 

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Nynorsk

Woordafbreking
  • lo·ken

Zelfstandig naamwoord

loken, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van lok