duffel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • duf·fel
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord duffel
verkleinwoord
2 enkelvoud meervoud
naamwoord duffel duffels
verkleinwoord duffeltje duffeltjes

Zelfstandig naamwoord

duffel [2]

  1. o een zware, ruwe, wollen stof die oorspronkelijk in het Zuid-Nederlandse Duffel werd vervaardigd
  2. m (kleding) zware jas van voornoemde stof vervaardigd
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord duffel duffels [2]

Zelfstandig naamwoord

duffel

  1. een zware, dichte wollen stof
  2. een meest cilindrische tas vervaardigd uit [1] of vergelijkbaar tekstiel