lijf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lijf
enkelvoud meervoud
naamwoord lijf lijven
verkleinwoord lijfje lijfjes

Zelfstandig naamwoord

lijf o

  1. lichaam.
    Hij verzorgde zijn lijf goed.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • te lijf gaan
    aanvallen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie