bovenlijf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·lijf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bovenlijf bovenlijven
verkleinwoord bovenlijfje bovenlijfjes

Zelfstandig naamwoord

bovenlijf o

  1. bovenste helft van het lichaam (dus boven de heup) of het kledingstuk dat dat gedeelte van het lichaam bedekt
    • Jaarlijks wordt de gemeente overspoeld door toeristen, wanneer in de laatste week van augustus het tomatengevecht Tomatina plaatsvindt. Ongeveer veertigduizend personen doen Buñol dan aan. In 2007 gooiden duizenden jonge mannen met ontbloot bovenlijf 115.000 kilo rijpe tomaten naar elkaar. 
     Binnen een mum van tijd leek het alsof Jochem Hundertmark enkel met zijn bovenlijf onder een douche had gestaan.[1]
     Hij omhelsde haar liefdevol, drukte hun bovenlijven zacht tegen elkaar en fluisterde lieve woordjes.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be