lijfspreuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lijf·spreuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lijfspreuk lijfspreuken
verkleinwoord lijfspreukje lijfspreukjes

Zelfstandig naamwoord

lijfspreuk m/v

  1. een spreuk waarnaar iemand zijn leven inricht
    • Wat is uw lijfspreuk precies? 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie