lijfje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lijf·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord lijfje lijfjes

Zelfstandig naamwoord

lijfje o dim. tant.

  1. het deel van een kledingstuk dat ervoor zorgt dat het bovenlijf bedekt wordt
    • Er zit een scheur in het lijfje van je trui. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

lijfje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord lijf

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.