lijfje
Uiterlijk
- lijf·je
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | (lijf) | (lijven) |
| verkleinwoord | lijfje | lijfjes |
het lijfje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord lijf
- alleen verkleinwoord deel van een kledingstuk dat ervoor zorgt dat het bovenlijf bedekt wordt
- Er zit een scheur in het lijfje van je trui.
- [2] onderlijfje
- Het woord lijfje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "lijfje" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %