Naar inhoud springen

lijfje

Uit WikiWoordenboek
  • lijf·je
  • afgeleid van  lijf zn  met het achtervoegsel -je
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord (lijf) (lijven)
verkleinwoord lijfje lijfjes

hetlijfjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord lijf
  2. alleen verkleinwoord deel van een kledingstuk dat ervoor zorgt dat het bovenlijf bedekt wordt
    • Er zit een scheur in het lijfje van je trui. 
100 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be