laesie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lae·sie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kwetsing’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1565 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord laesie laesies
verkleinwoord laesietje laesietjes

Zelfstandig naamwoord

laesie v

  1. een verwonding
    • Door het ongeluk liep hij een laesie op. 
  2. (juridisch) een benadeling
Vertalingen

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders;
50 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen