benadeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·na·de·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord benadeling benadelingen
verkleinwoord benadelinkje benadelinkjes

Zelfstandig naamwoord

benadeling v

  1. het ondervonden verlies of nadeel
    • De benadeling van de supporters was niet in goede aarde gevallen. 
Vertalingen

Gangbaarheid