Naar inhoud springen

organisme

Uit WikiWoordenboek
  • or·ga·nis·me
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samenhang der delen’ voor het eerst aangetroffen in 1854 [1]
  • afgeleid van orgaan met het achtervoegsel -isme [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord organisme organismes
organismen
verkleinwoord organismetje organismetjes

hetorganismeo

  1. (biologie) een afzonderlijk en volledig levend wezen dat voor zijn voortbestaan afhankelijk is van zijn eigen metabolisme en bestaat uit verschillende organen
     Het pokkenvirus is een ander micro- organisme dat als biologisch wapen tot een epidemie kan leiden.[3]
     Ieder organisme heeft al bij de geboorte een aantal gedragspatronen in aanleg meegekregen, die echter pas onder invloed van bepaalde specifieke (externe) prikkels tot uiting kunnen komen.[4]
  2. organische bouw, samenhang van de delen van een functioneel geheel
     Er gebeurt volgens mij iets met de toeschouwers als het er te veel worden, ze lijken in één groot gruwelijk organisme te veranderen dat collectief reageert op alles wat het ziet en hoort, terwijl de acteurs steeds slechter gaan spelen in een vergeefse poging de energie over de menigte in de zaal en op de balkons te verdelen.[5]
  3. (in België, niet algemeen) organisatie
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[6]