dwarslaesie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwars·lae·sie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dwarslaesie dwarslaesies
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dwarslaesie v [1]

  1. (medisch) een onderbreking van de zenuwen in de rug, waardoor iemand in meer of mindere mate verlamd raakt
    • In het andere geval was er de brigadier, die in functie een dwarslaesie opliep met blijvende verlamming. Hij kreeg een immateriële schadevergoeding van 283.000 euro, waarvan ruim de helft aan loonheffing werd ingehouden. Later kreeg de man ook nog een vergoeding voor de materiële schade die hij ondervond door zijn invaliditeit. Ook hierover werd loonheffing afgedragen. In beide gevallen is er volgens de Hoge Raad sprake van compensatie voor het leed dat de politiemannen is aangedaan. De vergoeding wordt niet als beloning ervaren en vindt niet haar grond in het dienstverband. Zij kan dus niet worden bestempeld als loon uit dienstbetrekking.[2] 
    • In 2007 kreeg actrice Funda Müjde in Istanbul een auto-ongeluk. Met een dwarslaesie belandde ze in een rolstoel. Het boek dat ze daarover schreef heet Niemand vraagt meer waar ik vandaan kom (sinds ik in een rolstoel zit).[3]  
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Nelleke Koops 19 april 2017
  3. Volkskrant Robert Vuijsje 22 november 2016